“Het is een drukke, heel afwisselende periode geweest”, zegt het BGZ-raadslid, dat haar eerste termijn nu bijna achter de rug heeft. “Een periode vol nieuwe inzichten, maar het heeft wel voldaan aan de verwachtingen, hoewel je natuurlijk niet verwacht dat je twee jaar coalitie en twee jaar oppositie mee gaat maken.”

Samen met anderen begon ze kort voor de vorige verkiezingen een nieuwe lokale partij. “Je wilt toch een beetje een steen in de vijver gooien, dat er iets op gang komt. En ik denk dat dat wel gelukt is”, blikt Fijn terug.

BGZ nam in eerste instantie plaats in de coalitie. “We hadden ook meteen in de oppositie gekund, maar we wilden verantwoordelijkheid nemen”, legt ze uit. “En de opzet was: een ander geluid laten horen. Daarin zijn we geslaagd.”
Bij de stap in de coalitie waren de toen bestaande centrumplannen een belangrijk speerpunt voor BGZ. “Toen hebben we gezegd: de centrumplannen gaan over bakstenen. Daar passen beter Leefbaarheidsplannen en daar hebben we flink budget voor vrij kunnen maken. Dat kan heel klein zijn, zoals bijvoorbeeld een lantaarnpaal op de stoep, maar zoiets zou ik graag doortrekken naar grote beleidsplannen.”

In de ogen van de lokale partij moeten beleidsplannen voldoen aan de verwachtingen als het gaat om participatie van inwoners. Dat is al verbeterd, denkt Fijn. “Maar ik denk dat er nog steeds een 2.0 of meer versies bestaan voor inwonersparticipatie. Je moet ze mee laten werken en mee laten beslissen en eerlijk het gesprek voeren. Dat vraagt ook wat van inwoners, zij moeten zich uitgedaagd voelen.”

De samenwerking tussen inwoners en bestuur is essentieel, als het aan Fijn ligt. “Bij een hondenuitlaatplek denken inwoners mee en dat is goed te realiseren. Ze willen daarop invloed omdat ze er zelf direct bij betrokken zijn. Maar in het begin zagen we dat inwoners pas invloed kregen op onderwerpen als ze al in beton gegoten waren. Dat is te laat en dan krijg je onvrede.”

Fijn is daarom blij met de nieuwe vergadercultuur. “Dat vraagt ook van de inwoners dat ze alerter zijn, maar ze kunnen nu op een informele manier op formele wijze in gesprek gaan. We moeten praten met inwoners, niet over inwoners.” Een goed voorbeeld daarvan vindt ze de Omgevingsvisie. “Toen hadden we het idee: hier wordt het gesprek aangegaan.”

Het is mede daarom dat Fijn positief terugkijkt op de afgelopen raadsperiode. Ze was weliswaar lijsttrekker, maar werd geen fractievoorzitter. “Dat wilde ik niet. De manier waarop wij het doen is anders; wij vinden dat iedereen datgene moet doen waar hij of zij goed in is. Wat ze graag doen, moet je ze laten doen en zeker als ze er goed in zijn.”

Of de Hasseltse ook bij de komende verkiezingen op de lijst staat, wordt nog niet bekendgemaakt. “Tuurlijk zou ik zelf nog wel een periode willen, al ben ik niet iemand die tig jaar in de raad gaat zitten. Maar dat is aan de kiezer.”