
Dagmar wil met oliebollenkraam winter door, maar er is geen vergunning voor
(door Enrico Kolk)
HASSELT – Het was het perfecte idee, vindt Dagmar Kraak: een vaste oliebollenkraam in de winter. “Zo kunnen we als kermisondernemers ook in de winter onze activiteiten voortzetten.” En dus diende ze bij de gemeente een plan in om van eind oktober tot eind december oliebollen te verkopen in de Hanzestad. En toen kwam er een praktisch probleem aan het licht.
“Er zijn daar in Zwartewaterland helemaal geen vergunningen voor”, vertelt ze. “Er zijn wel plekken voor een permanente standplaats zoals de visboer en de loempiakraam. Dan mag je een dag per week je kraam exploiteren. En dan heb je nog die van een semipermanente plek: dan kun je een aantal dagdelen per jaar je kraam neerzetten.”
Wat zij wil, is meer dan dat: zes dagen per week open met een kraam en dat twee maanden lang. “Het is geen liefdadigheidsprojectje, je hebt wel dagen nodig om het goed te kunnen exploiteren”, vertelt ze. Het vergunningenbeleid van Zwartewaterland is daar niet op ingericht, merkt ze op. “Dat is achterhaald, want dit is helemaal nieuw voor de gemeente. En wij dachten dat het nog wel zou lukken als ze het beleid gingen aanpassen. Maar de jurist zei: we hebben twee soorten vergunningen en dat is het.”
Toch werkt de gemeente er wel aan, vertelt een woordvoerder. “We werken op dit moment aan nieuw standplaatsenbeleid. Daarmee willen we ook kijken of we seizoensgebonden standplaatsen kunnen gaan aanbieden.”
Hij bevestigt dat het plan niet in het huidige vergunningstelsel past. Een incidentele standplaatsvergunning geeft ruimte voor maximaal twaalf dagdelen in zes weken. “Voor een standplaats voor een langere periode is een vergunning nodig voor een zogenoemde semipermanente standplaats.”
Het maximumaantal vergunningen voor die semipermanente standplaatsen is in Zwartewaterland vergeven, vertelt hij. “We hebben hier op dit moment aanvragers op een wachtlijst staan.” Uitzonderingen zijn wel mogelijk, maar dan moeten er gegronde redenen voor zijn. “Daarbij kijken we ook naar de concurrentiepositie die kan ontstaan door het maken van een uitzondering.”
En die wordt er voor haar niet gemaakt, weet Kraak. “Ik kreeg in januari de reactie: er is genoeg aanbod van oliebollen, want er staat al een paar dagen een bij een supermarkt aan het eind van het jaar, en de bakker verkoopt ze ook.” Het schoot haar in het verkeerde keelgat. “Ik vind dat heel bijzonder. Want iedere zaterdag staat er een broodkraam naast de bakker en de supermarkten verkopen ook brood.”
Ze kreeg enthousiaste reacties toen ze haar plan via sociale media aankondigde, vertelt ze. “Op Facebook hebben we al aangekondigd dat we de kraam gekocht hebben. Op de kermis is ‘ie voor erbij, maar in de winter willen we er onze hoofdactiviteit van maken.”
De onderneemster hoopt dat de gemeente alsnog overstag gaat. Ze hield er al rekening mee dat haar plan niet meteen met open armen zou worden ontvangen. “Maar deze redenering, daar kan ik me niet helemaal in vinden. Want mensen in deze omgeving zijn gek van oliebollen.”