JAN BLEI
Laten we wel zijn: die rijrichting van de Hoogstraat, dat fietspad tussen Genemuiden en Hasselt en die sluisdeuren van de Grote Kolksluis zijn maar bijzaken in het leven. Het is niet verkeerd om je af en toe eens druk te maken over dat soort kwesties, maar echt van belang zijn ze niet. Het zijn voetnoten in een vuistdik boek.
Een boek dat zomaar dicht kan klappen. We kennen allemaal de tragische voorbeelden. De dood spaart niemand en zorgt dat leven een voortdurend proces van afscheid nemen is. Van anderen en ook van jezelf. Je kan er maar beter zo lang mogelijk van proberen te genieten.
Die laatste zin had uit de mond van Jan Blei kunnen komen. De columnist van deze krant overleed afgelopen week. Dat bericht zorgde voor zo’n schok die vaak door een samenleving gaat als iemand onverwachts uit het leven wordt gehaald.
Ook bij mij. Ik kende Jan Blei een jaar of vijftien. Zijn columns las ik vaak met verbazing. Was het niet om de schoonheid van zijn woorden dan wel om zijn opvattingen die soms mijlenver van die van mij afstonden. Tot scheldpartijen of bedreigingen, zoals die in deze tijd zo vanzelfsprekend lijken, leidde dat nooit.
Jan Blei stapte moeiteloos over verschillen heen. Wat ik zeer in hem waardeerde was de oprechte aandacht die hij kon schenken. Schreef je een artikel over één van zijn projecten, dan kreeg je geheid een reactie. En als eens een boek publiceerde, dan prees hij dat ongevraagd aan op Facebook. Het medium waaraan hij sowieso een groot deel van zijn leven toevertrouwde.
Ook daarbij hanteerde hij altijd die gouden pen. Over zijn opvattingen kon je van mening verschillen, over de kwaliteit van zijn schrijfwerk nooit. Zijn teksten waren altijd vloeiend, beeldend en vaak taalkundig vernieuwend. We gaan ze missen.
Genasz