De sluis die meer is dan staal
(door Herman Slurink)
Soms zegt de manier waarop een overheid met een plek omgaat alles over hoe zij naar de mensen kijkt die er wonen.
Wie de afgelopen weken langs de Grote Kolksluis liep, zag geen groep vrijwilligers die zomaar wat deed. Je zag een dorp dat weigerde zichzelf op te geven. Ondernemers, vakmensen, jongeren en pensionado’s verruilden hun vrije avonden voor verfkwasten, schoffels en schoonmaakmiddelen. Niet voor subsidie of applaus, maar omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving. En precies daar wringt het inmiddels.
Terwijl Zwartsluis laat zien wat sociale cohesie werkelijk betekent, kijken Rijkswaterstaat en de Provincie vooral naar protocollen, risicoanalyses en onderhoudstabellen. Alsof de Grote Kolksluis slechts een objectnummer in een systeem is. Een dossier. Een kostenpost. Maar een dorp leeft niet van spreadsheets alleen.
De Kolksluis ís Zwartsluis. Historisch, economisch en emotioneel. Rond die sluis ontstonden bedrijven, horeca, toerisme, evenementen en ontmoetingen. Kinderen groeiden ermee op. Bezoekers herkennen het als het gezicht van het dorp. Ondernemers investeerden juist daar omdat het het kloppend hart van de gemeenschap vormt. En wat gebeurt er als je zo’n hart langzaam dichtknijpt? Dan ontstaat niet alleen economische schade. Dan verdwijnen ook vertrouwen, trots en verbondenheid. Juist dat laatste lijkt structureel onderschat te worden.
Toen onderhoud jarenlang uitbleef, bruggen roestten en de omgeving verpauperde, stond het dorp op. Niet één keer, maar twee keer. Eerst met Clean Up Zwartsluis, nu opnieuw. Dat zegt iets wezenlijks. Hier zit nog altijd kracht, vakmanschap en saamhorigheid om verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen leefomgeving.
Lees verder op Extra-pagina 4.