Provincie steunt opstart nieuwe gebiedsorganisatie
AlgemeenREGIO - Bewoners en ondernemers in Nationaal Landschap IJsseldelta willen zelf verder met het investeren in projecten om de sociaaleconomische positie van hun gebied te versterken. Zij willen daarvoor een eigen organisatie oprichten, die zelf voor het benodigde geld zorgt.
?We willen deze groep van gemotiveerde ondernemers en bewoners graag ondersteunen om een stevige basis te leggen voor de toekomst?, zegt gedeputeerde Eddy van Hijum. ?Daarmee kan er tot het einde van dit jaar worden gewerkt aan de totstandkoming van een gebiedscoöperatie, een gebiedsfonds en nieuwe eigen financieringsbronnen.?
Tegelijkertijd ondersteunt de provincie het deelproject ?Uitdagend boeren in een vitaal landschap', waarbij agrariërs aan de slag gaan om de melkveehouderij in de IJsseldelta te vernieuwen en te verduurzamen. ?Hiermee wordt een flinke milieuwinst geboekt en tegelijkertijd een betere positie voor de agrariërs in het gebied?, aldus gedeputeerde Ineke Bakker.
Het programma Nationaal landschap IJsseldelta loopt eind dit jaar af. Dat betekent dat er geen specifiek investeringsfonds meer is voor dit gebied, dat in de afgelopen jaren beschikbaar werd gesteld door de samenwerkende overheden: provincie Overijssel, gemeenten Kampen, Zwolle en Zwartewaterland en het waterschap Groot Salland. In de afgelopen tien jaar werden zo'n honderd projecten in gang gezet met een totale investeringswaarde van bijna 40 miljoen euro.
De dertig samenwerkende organisaties in de Advies en Initiatiefraad Nationaal Landschap IJsseldelta vinden het echter belangrijk dat de investeringen in de sociaaleconomische positie van het gebied in de komende jaren doorgaan. Daarom is op hun initiatief een kopgroep van vrijwilligers geformeerd. Deze werkt op dit moment aan een nieuw organisatie- en financieringsmodel voor Nationaal Landschap IJsseldelta.
?Ondanks de terugtredende overheden is het enthousiasme onverminderd groot. De kopgroep van bewoners en ondernemers ziet kansen voor de toekomst?, zegt Henk Selles, voorzitter van de kopgroep. ?We brengen op dit moment in beeld hoe we samen geld kunnen verdienen om kleine nieuwe projecten te kunnen financieren, waarmee we ons Nationaal Landschap vitaal houden. Het is fantastisch dat de provincie, de drie gemeenten en het waterschap ons willen ondersteunen bij dit veranderingsproces, waarin we ook op zoek gaan naar een nieuwe balans tussen overheid en samenleving.?
De kopgroep levert eind 2015 een gebiedscoöperatie en een gebiedsfonds op. Op dit moment wordt binnen deelthema's als ?Agro en food', ?Natuur en landschap', ?Duurzaamheid en nieuwe energie' en ?Recreatie en toerisme' bedacht hoe nieuwe verdienmodellen kunnen worden gerealiseerd. ?Het achterliggende idee is dat je met nieuwe activiteiten samen meer inkomsten realiseert. Een deel van die extra inkomsten komt weer ten goede aan het centrale gebiedsfonds, waaruit we brede investeringen in het Nationaal Landschap willen uitvoeren?, zegt Selles. ?Dat is de bijdrage van de bewoners en ondernemers. Daarnaast zoeken we met onze activiteiten aansluiting bij reguliere beleidsprogramma's van de provincie, gemeenten en waterschap. En dat biedt wellicht mogelijkheden voor ondersteuning van onze projecten.?
Een concreet voorbeeld van zo'n nieuw verdienmodel is het deelproject ?Uitdagend boeren in een vitaal platteland'. Agrariërs zetten zich in om de melkveehouderij in de IJsseldelta te vernieuwen en te verduurzamen. ?Dat leidt tot een flinke milieuwinst, omdat de uitstoot fors wordt verminderd?, zegt gedeputeerde Ineke Bakker over deze vorm van kringloopboeren. Het project leidt ook tot meer efficiency (kostprijsverlaging), verbetering van de kwaliteit (melkprijsverhoging) en dus een grotere opbrengst.
Tegelijkertijd wordt gekeken naar nieuwe mogelijkheden om nog meer agrarische bedrijven te verbreden, met takken als zorg, landschapsbeheer, recreatie en educatie. In dit verdienmodel betalen de boeren een contributie voor het lidmaatschap van de gebiedscoöperatie. En daarnaast een klein aandeel van de extra opbrengst, die dankzij het project wordt gerealiseerd. Een deel van dat geld vloeit vervolgens terug naar landbouwprojecten en een ander deel naar gebiedsbrede investeringen.








