
‘Een goede stadsomroeper krijgt het publiek helemaal stil’
AlgemeenGENEMUIDEN – “Als ik mijn omroepersstem opzet, gaan er hier drie lampen uit.” Hij zegt het met een bulderende lach en met understatement. Zoals een stadsomroeper betaamt. Kampenaar Bertus Krabbe is zichtbaar in zijn element in ’t Olde Staduus in Genemuiden. Samen met Genemuidenaar Dick ter Molen schuift hij aan voor een interview. Onderwerp van gesprek is het Omroepersconcours dat vrijdag plaatsvindt in hartje Genemuiden.
Krabbes wederhelft, Betty Radstok, is eveneens meegekomen. Zij bracht het balletje twee jaar geleden aan het rollen toen ze hoorde dat Genemuiden in 2025 zijn 750-jarig bestaan zou vieren. Een mooi moment om het oude ambacht van stadsomroeper te laten herleven in de tapijtstad, zo vinden de drie. Bertus Krabbe: “Het ambacht van stadsomroeper wordt ook wel het op een na oudste beroep ter wereld genoemd. In vroegere eeuwen, toen er nog geen kranten en media waren, werd het nieuws gebracht door een stadsomroeper.”
Radstok vult aan: “Dat nieuws kon over van alles gaan. Over een noodslachting van een paar koeien, waardoor mensen goedkoop vlees konden kopen, maar ook over belastingverhogingen.” Dat laatste nieuws viel niet bij iedereen goed. Stadsomroepers werden vergezeld door iemand die hen beschermde. Tot zover de historische stadsomroeper. Tegenwoordig is de scene van eigentijdse stadsomroepers er een van extraverte (lees niet-verlegen) mensen. Overal in het land worden wedstrijden gehouden waarbij de omroepers worden beoordeeld op hun algehele voorkomen, de voordracht die ze houden en hun stem. Die stem moet luid en krachtig zijn. Dat is wat Krabbe bedoelt als hij zegt dat er drie lampen uitgaan zodra hij zijn keel schraapt en aanzet.
Ter Molen heeft eveneens een goede stem, meent Krabbe. “Dat hoor je meteen.” De Genemuidenaar zelf neemt het compliment dankbaar in ontvangst, maar toch ook met enige bescheidenheid. Ter Molen: “Ik speel in Genemuiden jaarlijks voor Sinterklaas en vond het leuk om te ontdekken dat Bertus dat in Kampen doet. Straks sta ik alleen op een zeepkist om een boodschap te verkondigen, en om eerlijk te zijn vind ik dat toch nog wel spannend, vooral met allemaal bekenden die naar je kijken.”
Krabbe stelt hem gerust: “Zodra je daar overheen bent, ben je verkocht.” Aan de boodschap zal het niet liggen. Ter Molen liet journalist en tekstschrijver Erik Driessen een voordracht maken over Genemuiden Tapijtstad. “Zelf had ik dat nooit zo mooi gekund”, complimenteert Ter Molen de schrijver.
Verder doet Ter Molen, zoals dat heet, een ‘roep’ ter promotie van Genemuiden. De battle der stadsomroepers bestaat uit twee onderdelen: een verplichte roep, waarbij je een van de vooraf bepaalde thema’s moet kiezen, en een vrije roep, waarbij je helemaal zelf mag bepalen waar het over gaat. De omroepers verwachten de nodige aanloop. Al is het wel zo prettig dat het Omroepersconcours niet helemaal op zichzelf staat. Radstok: “Het valt samen met de braderie in Genemuiden, en dat is wel strategisch gekozen. Dan weet je immers zeker dat er al veel mensen in de stad zijn.”
Het zijn vaak juist de toevallige passanten die een stadsomroepersconcours geweldig vinden, weet Krabbe. “Ik herinner mij nog een concours in Zandvoort. Daar zag je duidelijk het verschil tussen goede en wat minder goede stadsomroepers. Een echt goede stadsomroeper krijgt iedereen stil en heeft een stem die autoriteit uitstraalt, een stem waar mensen graag naar luisteren. Het mooiste is de absolute stilte die er heerst als je een zin hebt uitgesproken en nog niet aan de volgende bent begonnen.”
Komende vrijdag zullen in totaal dertien stadsomroepers hun opwachting maken. Een jury van drie personen, onder wie wethouder Harrie Rietman, zal de stadsomroepers op hun kwaliteiten beoordelen. De deelnemers komen uit alle windstreken, van Friesland tot Zeeland. De vraag is natuurlijk of Ter Molen de eer namens Genemuiden hoog weet te houden door in de prijzen te vallen. Ter Molen tot besluit: “Het gaat er allereerst om dat we een mooi evenement neerzetten in het kader van 750 jaar stad.”










