
In druk vernieuwd Tapijtmuseum gaan de ontwikkelingen nog steeds door
Algemeen(door Enrico Kolk)
GENEMUIDEN – “Het is niet alleen een museum, we zijn continu in ontwikkeling”, zegt Joukje van Dalfzen over het Tapijtmuseum. Dat ging in september open na een complete metamorfose, met Van Dalfzen als medewerker. Ze stuurt onder meer de tachtig vrijwilligers aan.
Zij werd aangetrokken als beroepskracht in het vernieuwde museum. Vergelijken met de periode van daarvoor is eigenlijk niet mogelijk, legt ze uit. Het museum was toen alleen op dinsdagmiddag open en soms op zaterdag. Tegenwoordig kunnen bezoekers er vijf middagen per week terecht.
“Het is een totaal ander museum geworden”, legt ze uit. En dat levert ook positieve reacties op van de vele bezoekers die in de afgelopen negen maanden een kijkje kwamen nemen.
“Dat zit hem in de diversiteit”, weet Van Dalfzen. “Je ziet hier niet alleen het ambacht, zoals heel veel mensen toch wel verwachten als ze binnenkomen. De kracht is dat we ook het heden en toekomst laten zien. We doen ook onderzoek en zijn bezig met educatieve programma’s.”
Gaellemunigers
Kortom, het museum is volop in beweging. “Ik voel heel veel trots op Genemuiden en op wat hier staat”, zegt ze. “En ik denk dat de doorsnee Gaellemuniger zich nog niet realiseert wat voor fantastisch museum we in de stad hebben. We hebben wel iets neergezet.”
Iets van de volksaard van de tapijtstad is daarin terug te zien, denkt ze. “Het geeft goed het karakter vaan Gaellemuniger weer: doorzettingsvermogen en innovativiteit. Dat zie je in het museum. Niet zaniken, maar doen.”
Wat haar betreft zijn er dan ook nog niet genoeg mensen uit Genemuiden in het museum geweest. “Kom, laat je verwonderen en kom dan trots weer naar buiten”, nodigt ze alvast mensen uit.
Het Tapijtmuseum is absoluut niet stoffig, benadrukt ze. “We zijn een supermodern museum. Als onze vrijwilligers nieuwe ideeën hebben, zoals een nieuwe tas, kunnen ze die ook uitwerken.”
Als ze daaraan toekomen dan. Want het was druk, de afgelopen tijd. “De winterperiode was heel druk. Alleen in de eerste weken van januari was het wat rustiger. En dat was ook goed voor ons allemaal.”
Zeker in de beginperiode, blikt ze terug. “We wisten niet wat we konden verwachten en het was tot december heel druk. In het begin moet je het uitvinden, want we hadden veel nieuwe mensen. Mensen moeten dan hun plekje vinden en zich thuis gaan voelen.”
Inmiddels is dat wel gelukt, weet ze. “We hebben een heel warme groep vrijwilligers. We vormen met elkaar een eenheid, eigenlijk is het een warme familie. Er heerst gemoedelijkheid in het museum.”
Domper
Kleine schaduwkant aan het hele verhaal is dat het museum nog steeds niet toegankelijk is met een Museumjaarkaart. “Dat is echt wel een teleurstelling”, vindt Van Dalfzen. “Alles moet gedocumenteerd worden, tot het laatste schroefje in de muur ongeveer. Daardoor is het een heel lang proces. Als alles meezit, zijn we in december 2027 een geregistreerd museum.”
Het maakt het werkplezier er niet minder om. “We krijgen eigenlijk alleen maar positieve reacties.”
















