Afbeelding
Foto: archief Stadskoerier

Gevaarlijk zwemplezier bij het Kalkovenbrugje…(ingezonden artikel)

Algemeen

Het is een bloedhete middag. Ik weet niet zo goed wat ik met mijn onrustige gedachten aan moet. Ik schrijf ze daarom maar op en maak u er deelgenoot van. Ik heb zicht op het kalkoventerrein. Voor mijn deur lijkt het wel een openbaar strand.

Ik zie vier meisjes. Ze staan hand in hand op de reling van het brugje. “Als ik ja roep, moet je in het water springen”, roept de oudste. Gillend springen ze in het water. Wat zij niet zien is dat de buitenste meisjes rakelings langs een kant de draagbalk en aan de andere kant langs het draaischarnier springen.

Even later staat een meisje (groep 6 of 7?) ook op de reling. Vriendinnetjes en vriendjes kijken toe. “Kijk eens wat ik kan”, en ze maakt vanaf de reling een salto. Ze raakt met haar hoofd nog net niet de onderkant van de brug. Of die twee jongetjes die kijken of er een bootje onder de brug doorkomt om er zo dicht mogelijk een bommetje naast te maken. Die bootjes varen ook nog vaak met een veel te snel tussen de zwemmers door. Gelukkig gaat het allemaal (net) goed. Nu denkt u misschien; “ja dat zal wel, daar heb je weer zo’n mopperkont die de kinderen geen pleziertje gunt”. U hoeft mij niet te geloven. Ik wil ook niet het plezier bederven van zwemmende jeugd. Of van de kinderen in hun bootjes in de gracht of de Dedemsvaart. Ik vraag mij wel af: Weten de ouders welke risico’s de kinderen in hun spontaniteit en onbevangenheid lopen? Waar zijn die ouders? Ik denk terug aan mijn oude vak. Ik ben een oude paramedicus zoals dat vroeger heette. Beslist geen doemdenker of zuurpruim, maar laat het alsjeblieft niet gebeuren dat kinderen blij en enthousiast het huis verlaten met misschien ook nog drinken en een zak chips en snoep. “Kijk je goed uit en ben je voorzichtig? “Ja mam...” Laat het die ouders alsjeblieft niet overkomen dat zij een paar uur later met intens verdriet staan bij een kind aan de beademing.

Ik kan en wil niet optreden als badmeester, handhaver, oppasser, “plezierverpester”. Maar waarom voel ik mij bij voorbaat medeschuldig als er een ongeluk zou gebeuren. Waarom heb ik niet opgelet, gewaarschuwd of ingegrepen? Ik zie het plezier van deze kinderen maar kijk er met gemengde gevoelens naar.

Renald van der Werf

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie