
Zeearend toont zich in een goede bui aan bezoekers van het Vogeleiland
Algemeen(door Erik Driessen)
GENEMUIDEN – “Nog één plek vrij…”, zie ik op een late zaterdagavond per toeval op de website van Natuurmonumenten. Dat plekje besluit ik in te nemen en dus stap ik een dag later op de excursieboot die vanaf de Kadoelerbrug naar het Vogeleiland vaart.
Dat eiland ligt ondertussen 84 jaar vlak buiten Genemuiden. Op bagger uit de stadsgrachten van Kampen is zo langzamerhand een waar paradijsje voor zeker zestig vogelsoorten ontstaan. Met de zeearend als een soort hoofdgast. Veel mensen associëren de ‘vliegende deur’ met het eilandje.
“Roerdomp!”, klinkt het die zondagmiddag enthousiast op het Zwarte Meer tussen de Kadoelen en het Vogeleiland. De excursieleider van Natuurmonumenten ziet de opmerkelijke vogel, die zich toch niet vaak laat zien, het eerst. Meteen komen aan boord verrekijkers en fotocamera’s tevoorschijn. En dan is de roerdomp nog niet eens de reden waarom de opvarenden aan boord zijn beland. Ze willen vooral het Vogeleiland zien. Een omdijkte zandplaat die in 1942 is ontstaan door het opspuiten van zand en bagger. Links en rechts werden esdoorns en lindes geplant en jarenlang lieten boeren als Bruintjes en Hammer uit Genemuiden er hun vee grazen.
Ondertussen is het onbewoonde eiland al lang in beheer bij Natuurmonumenten. Sindsdien is de zandplaat alleen toegankelijk via een excursie van de organisatie. Elke maand vaart de boot richting het Zwarte Meer. De laatste jaren vaak in de hoop dat de zeearenden zich laten zien, want die broeden sinds het vorige decennium op dit eiland. “Daar heb je hem!”, klinkt het al voor het aanmeren aan boord. De zeearenden zijn gul vandaag. Ze cirkelen regelmatig door de lucht en laten zich van alle kanten bekijken. De ‘vliegende deur’ is een imposante vogel. Met een beetje overdrijven kun je stellen dat hij voor de nodige schaduw op de grond zorgt. Op het eiland zelf liggen een aantal paden die via de voormalige weilanden naar een vlonderpad leiden. Onderweg komen de wandelaars veel planten en insecten tegen. Op het Vogeleiland staat opmerkelijk veel ‘meisjeskruid’, een plant met fraaie stekelvormige bollen.
Omdat Natuurmonumenten nauwelijks beheer toepast op het eiland, is na tachtig jaar een bijna on-Nederlandse jungle ontstaan. “Het lijkt Suriname wel…”, zegt iemand op het smalle vlonderpad. Dat leidt uiteindelijk naar een vogelkijkhut. En daar toont een zeearend zich opnieuw in een goede bui. Hij laat zich van alle kanten fotograferen. Veel andere vogels zijn er vandaag overigens niet.
De terugtocht naar de boot gaat over het ‘moeraspad’. Laarzen zijn daar doorgaans meer dan handig, maar de droogte van de afgelopen periode heeft ook hier zijn werk gedaan. Weer volgt een tocht langs soms prachtig vergroeide bomen. Op een omgevallen boom is bijna een compleet bos ontstaan.
Wat uiteindelijk misschien nog wel de meeste indruk maakt, is het resultaat van het gebrek aan mensen. Het is hier tevergeefs zoeken naar plastic bekers van de McDonald’s, bakjes van de plaatselijke snackbar of snoeppapier. Zo kan natuur er dus uitzien, als de zogenaamd meest beschaafde wereldbewoners er vanaf blijven. Alleen dat maakt zo’n bezoek aan het Vogeleiland al meer dan de moeite waard. Op de pagina rechts de foto’s van een middagje Vogeleiland.

















