
Schrijfster Judith Koelemeijer ‘wandelt’ zeven jaar met Etty Hillesum
AlgemeenZWARTSLUIS – Het was muisstil donderdagavond in De Poort toen schrijfster Judith Koelemeijer over de door haar geschreven biografie van Etty Hillesum vertelde. De aanwezigen luisterden bijkans ademloos naar het ‘meeslepende’ verhaal over de ‘vrijgevochten’ Joodse vrouw, die in de oorlog met haar familie werd omgebracht in het Duitse vernietigingskamp Auschwitz.
In september werd het boek gepresenteerd en er was meteen veel belangstelling voor de biografie, inmiddels vertaald in het Duits, Italiaans en Frans. Koelemeijer hield haar lezing op uitnodiging van de stichting Herdenking Joods Leven Zwartewaterland. De auteur vertelde dat zij tien jaar geleden al was gevraagd door de uitgever. Pas drie jaar later begon zij er aan. Het is een zware klus geweest, zo bekende Koelemeijer, om het project te af te ronden. Zij heeft liefst zeven jaar aan de biografie gewerkt en vertelde opgelucht te zijn dat de klus eindelijk was geklaard. Er is al veel over Etty Hillesum geschreven, die zelf tijdens de oorlogsjaren een dagboek bijhield. Dat is na de oorlog verschenen onder de titel ‘Het verstoorde leven’; in liefst 22 talen vertaald en er zijn zo’n anderhalf miljoen exemplaren van verkocht. Koelemeijer stelde echter dat zij het hele historische onderzoek opnieuw heeft gedaan, maar dat gaf haar ook nieuwe inzichten in wie Etty Hillesum was. Bovendien bleken volgens de schrijfster ook nog wel eens dat veronderstelde hardnekkige feiten, die een eigen leven gingen leiden, niet altijd te kloppen met de werkelijkheid. “Als schrijver heb ik haar zeven jaar voortdurend bevraagd. Dat deed ik om haar beter te begrijpen”, hield Koelemeijer haar gehoor voor. “Etty was een jonge vrijgevochten vrouw en de biografie over haar is ook veel meer dan alleen een oorlogsverhaal.” Niet alles, zo gaf de schrijfster toe, is zij te weten gekomen over Etty ondanks intensief onderzoek. “Haar eerste grote liefde was een zekere Max, maar informatie over hem heb ik ondanks mijn speurwerk niet kunnen achterhalen. Dan had ik misschien ook de liefdesbrieven kunnen inzien die Etty aan hem had geschreven. Maar probeer maar eens een Joodse Max te vinden in het Amsterdam van de jaren ‘30”, verzuchtte de auteur. Het bleek Koelemeijer in zekere zin nog steeds dwars te zitten. “Dat kan ik niet uitstaan.”












