Het plein waar het vaak bal is in het weekend.
Het plein waar het vaak bal is in het weekend. Foto: Enrico Kolk

‘Mijn kind doet zoiets niet’ (Column door Enrico Kolk)

Algemeen

Nog niet zo heel lang geleden stond ik een vrijdagavond als barvrijwilliger in jeugdhonk 3:16. Het jeugdhonk werd ruim 10 jaar geleden geopend en zelf bracht ik er als jongere ook de nodige uurtjes door.

In die tijd werden we soms aangesproken op onze luidruchtigheid: of het een tandje minder kon. En dat kon het dan vaak ook wel. Dat werd van ons gevraagd, dus was het normaal om daarnaar te luisteren.

Tien jaar later is de werkelijkheid heel anders. Ik kan me voorstellen dat de (vele) vrijwilligers van destijds ook voor hun eigen plezier naar het jeugdhonk kwamen. In 2015 interviewde ik een aantal van hen. Eén van hen merkte op: “Het zijn niet altijd lieverdjes. Maar dat waren wij vroeger ook niet.”

Kortom, een beetje kwajongensstreken, dat hoort erbij. Zo zijn jongeren en meestal is dat ook niet erg. Maar de ontwikkeling van de afgelopen jaren overstijgt het idee van een kwajongensstreek. Want daar stond ik dan, een paar maanden geleden. Achter de bar, waar ik continu jongeren moest wegsturen, omdat dat niet hun plek is. In de keuken, waar ik continu jongeren moest wegsturen, omdat dat ook niet hun plek is. 

Je hoeft het niet te vragen of ze weg willen gaan, je moet het tien keer zeggen. En pas als je dreigt om ze eruit te gooien, wordt er geluisterd. Als je al boven het geschreeuw uitkomt, want normaal praten is er niet meer bij.
En als je dan even buiten gaat kijken, tref je daar een stoep bezaaid met allerlei afval aan. Maar stel niet de vraag wie dat daar neergegooid heeft, want niemand heeft het gedaan.

Nauwelijks een paar stappen verder zit Restaria. Het personeel kondigde vorige week aan om de deuren in het weekend eerder te sluiten, vanwege het gescheld, de vernielingen en de troep. Door jongeren.

Ik had niet gedacht dat ik op m’n 28e al zou verzuchten ‘de jeugd van tegenwoordig’. Natuurlijk, niet álle jongeren zijn zo. Eén van de weinige keren dat ik wel in gesprek kwam met een jongere vertelde ik dat ik als vrijwilliger in het jeugdhonk was om hen een leuke avond te bezorgen. Waarom zouden we niet allebei met diezelfde intentie naar het jeugdhonk kunnen komen?

En waar zijn de ouders? Hoe zijn deze jongeren zo geworden? Zijn ze niet meer op te voeden of worden ze niet meer opgevoed?

Het makkelijkste antwoord kan ik zelf in ieder geval al geven: ‘Mijn kind doet zoiets niet’.

Want ik heb geen kinderen.

Enrico Kolk

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie