
EO volgde Genemuider MAF-gezin waar wegen ophouden en avontuur begint
AlgemeenGENEMUIDEN – “Je zit toch elke keer weer op het puntje van je stoel. Landen blijft een gebeurtenis op zich.” Aan het woord is Aartje Paas. Haar man Arjan is piloot bij Mission Aviation Fellowship (MAF), dat als missie heeft om Gods liefde te brengen op de meest afgelegen plekken op aarde. Dat doen ze samen en als gezin in Papoea-Nieuw-Guinea. De beste manier om te ervaren hoe zo’n leven is, is door er zelf te gaan kijken. De EO biedt echter een mooi alternatief en volgde het uit Genemuiden afkomstige gezin.
Vanaf zaterdag zendt de EO-filmregistraties uit van drie MAF-gezinnen in de serie ‘Junglepiloten – Verhalen van hoop’. MAF kwam met het verzoek onder haar pilotengezinnen om zich aan te melden. Uit die aanmeldingen werden drie gezinnen gekozen. “Waarom ze ook voor ons hebben gekozen? Ik denk vanwege de ervaring,” zegt Arjan. Aartje vult aan: “Een van de andere gezinnen is nog maar vrij recent met het werk begonnen. Het andere gezin doet het al een stuk langer, maar wij zijn het meest ervaren.”
De familie Paas – bestaande uit vader, moeder en vijf kinderen – vliegt al jaren. Zeventien jaar geleden besloot Arjan piloot voor MAF te worden. Na een opleiding van twee jaar gingen ze voor het eerst op missie, in Australië tussen de Aboriginals. Nog weer later zouden ze in Oeganda, Soedan en Liberia hun werk voortzetten. Telkens is de missie hetzelfde. MAF’s visie is aldus de organisatie ‘om geïsoleerde mensen te zien veranderen door de liefde van Christus’. De missie is om hulp, hoop en herstel te brengen door middel van luchtvaart.
Dat gebeurt overigens op een heel praktische manier. Arjan: “Zending is een heel belangrijk onderdeel. Daarnaast zorgen we echter voor transport van medische hulp en producten, educatiemateriaal en andere belangrijke spullen.”
De MAF-piloten vervoeren ook personen. Daarmee is het echter niet een soort van openbaar vervoer. Noodzakelijk transport gaat te allen tijde voor wie alleen eventjes naar de stad wil. Dat Arjan nu dit werk doet, is op zich geen verrassing. Als kind al wilde hij piloot worden en sprak evangelisatie tot de verbeelding. Bij zijn afscheid van de lagere school schreef een docent dat het hem niet zou verbazen als Arjan in Afrika piloot zou worden. Het bleek een rake constatering.
Behalve dan dat Arjan tijdens zijn opleiding luchtvaarttechniek aanvankelijk niet eens heel gemotiveerd was. “Tot ik in aanraking kwam met MAF. Ik heb dat als Gods leiding gezien.”
Die leiding geeft rust. Ook als het moeilijk is. Want het werk voor MAF is nogal een uitdaging en dat geldt zeker voor Papoea-Nieuw-Guinea. Het land is nog maar een halve eeuw onafhankelijk. De centrale overheid heeft relatief weinig grip op wat er in het, op veel plekken, lege land gebeurt. Het land is bijna twaalf keer zo groot als Nederland en heeft circa twaalf miljoen inwoners. Een deel ervan is laagvlakte, maar op andere plekken is het zeer bergachtig en vooral ook onbegaanbaar.
De inwoners leven vaak in afzonderlijke en kleine gemeenschappen en niet zelden heeft de ene gemeenschap het niet zo op de andere. Geweld is geen uitzondering. Tel daarbij op dat er zo’n achthonderd talen worden gesproken en het plaatje van een niet al te veilig land lijkt compleet. Lijkt, want zoals vaak is de realiteit veel genuanceerder. Om te beginnen wordt MAF zelf met veel respect behandeld. Arjan: “MAF is al bijna 75 jaar actief in wat nu Papoea-Nieuw-Guinea is. Mensen kennen de organisatie en weten dat we alleen komen om te helpen.”
Aartje licht het nog wat verder toe: “Wat vooral ook meehelpt, is dat MAF een van de weinige hulporganisaties is in het land. In Afrika bijvoorbeeld heb je veel NGO’s die nog weleens worden bekeken als westerse organisaties met geld. Dat is in Papoea-Nieuw-Guinea niet het geval.”
De taal is evenmin een onneembare horde gebleken. In de steden spreekt menigeen Engels. Daarnaast wordt er Tok Pisin gesproken, een verbasterde taal met Engelse invloeden. Die taal moet je eigenlijk wel leren, want in de binnenlanden is het aantal mensen dat Engels spreekt dan weer heel gering. Arjan: “Als ik in het vliegtuig alleen Engels spreek, zijn er niet veel mensen die mij verstaan.”
De grootste uitdaging blijft echter het vliegen. Arjan: “In grote steden, zoals de hoofdstad, heb je een geasfalteerde baan liggen. In de binnenlanden moet je landen op een stuk land dat ze hebben uitgehakt in de jungle. Met naast de baan soms huisjes, kinderen die er lopen en varkens. De ene baan ligt vrij vlak, de andere tegen een berghelling. De uitdaging is dat er tijdens het vliegen een moment is dat je beslist om te gaan landen of niet. Daarbij moet je voortdurend scherp zijn en de juiste beslissing maken. Is eenmaal de landing in gang gezet, dan heeft het vliegtuig niet altijd meer voldoende vermogen om veilig weer naar boven te vliegen zonder een bergwand te raken. Dan is er geen weg meer terug. Ik heb weleens een landing moeten maken met een te hoge snelheid.”
Arjan en Aartje weten dat de EO bij hen met name ook inzoomt op het vliegen zelf. Aartje: “Dat is in Papoea-Nieuw-Guinea een heel avontuur, zelfs in vergelijking met al die andere plekken waar we zijn geweest.” De ploeg van de EO filmde echter ook al die andere momenten; een bezoek aan de kerk of de markt bijvoorbeeld. Arjan: “Ze filmen alles omdat ze vooraf niet weten wat ze aantreffen en wat ze kunnen weglaten en wat niet.”
Op basis van een preview durft het echtpaar wel te zeggen dat het een mooie reportage is geworden. De kijker zal ook zien hoe prachtig het land wel niet is. De familie Paas woont in de bergen, met een aangenaam klimaat dat Aartje omschrijft als ‘de eeuwige lente’. De familie ‘laat zich in alles leiden door God’. Ze hebben het goed op de plek waar ze zijn en voor het gezin is het een ervaring die blijvend indruk maakt.
Want van de lokale mensen valt ook het een en ander te leren. Arjan: “De gemeenschapszin van de mensen is bijzonder groot. Je hebt er geen bedelaars. Wie het minder heeft, klopt bij familie aan. Dat is in Nederland toch vaak anders. Daar kijken we ook wel naar elkaar om, maar meestal als we tijd en middelen hebben, wat niet altijd zo is. Toch heeft ook de gemeenschapszin in Papoea-Nieuw-Guinea wel een keerzijde. Zodra het je goed gaat, willen anderen daar al snel in delen en dat kan een persoonlijke ontwikkeling in de weg staan.”
De kinderen hebben het eveneens naar hun zin. Aartje: “Ze kunnen hier ook naar school. Daarbij: ze zijn niet anders gewend dan dit leven en ze zouden niet willen ruilen.” Toch keert de familie Paas ook met enige regelmaat terug naar Nederland voor een paar maanden. Aartje: “Genemuiden is en blijft een warm bad voor ons. Op straat worden we vaak herkend en vragen de mensen hoe het met ons gaat.”
De serie ‘Junglepiloten - Verhalen van hoop’ is vanaf zaterdag 30 augustus te zien op NPO 2. Deze eerste uitzending is om 19.40 uur. Van 1 september tot en met 5 september begint het programma om 19.05 uur.















