
Opa en oma turen op televisie naar flitsen van kleinzoon Tim
SportGENEMUIDEN - “Hij heeft de sportgenen van zijn oma Femmie. Een echte sporter. Ik heb wilskracht en doorzettingsvermogen. Samen een mooie basis voor een topsporter”, zegt Harm Naberman. Hij is opa van Tour de France-debutant Tim Naberman uit Genemuiden. Samen met zijn vrouw en verdere familie was hij van de partij toen Tim zijn eerste meters maakte bij zijn Tour de France debuut in Rijsel (Lille).
Femmie en Harm Naberman zitten samen in de kamer. De televisie staat op Eurosport. “Daar kun je de start volgen,” legt Femmie uit. “Als de NOS ook in de lucht is, schakelen we over. Het commentaar vinden we daar leuker.” Tijdens het gesprek is de 11e etappe van en naar Toulouse aan de gang. Jonas Abrahamsen wint. De familie Naberman kijkt of ze hun kleinzoon Tim toevallig nog ergens zien fietsen. Dat is niet het geval. Tim eindigt in ‘de bus’ op een kwartier achterstand van de Noorse winnaar.
“Dat is de bedoeling. Als je werk in de etappe erop zit dan moet je ‘in de bus’ over de streep komen en energie voor de volgende rit bewaren”, legt Harm uit. “Wij hebben Tim gisteren nog gesproken. Hij zei dat hij goede benen had. Dat hij de Tour uit zou rijden als hij zo goed bleef herstellen en niet betrokken zou raken bij een valpartij of iets dergelijks”, vult Femmie aan.
“De Tour uitrijden is belangrijk”, zegt Harm. “Ik schaatste als toerrijder de Elfstedentocht. Pascal Eenkhoorns opa deed ook mee. Een zware tocht die Reinier Paping toen won. Ik werd in Franeker van het ijs gehaald. Het was te gevaarlijk. Geen kruisje dus. Balen. Daarom heb ik tegen Tim gezegd dat hij de Tour uit moet rijden. Anders voelt het toch als niet af of zo.”
Harm is door zijn kinderen bij het wielrennen betrokken geraakt. “Erik, Tims vader, was de eerste die wilde wielrennen. ‘Ga eerst maar een week op een gewone fiets trainen’, zei ik. Dat ging goed. Toen ben ik naar Jochem Pleijsier, destijds een ploegleider hier in de regio, gegaan om te vragen of hij nog een racefiets had. Voor 250 gulden kocht ik een fiets, dacht ik. Toen ik de fiets kwam ophalen, kreeg ik alleen een frame. Dat was normaal. De wielen en zo moesten afzonderlijk erbij uitgezocht worden. Zoveel wist ik er dus van...”
Vanaf toen rolde Naberman verder in de sport. Hij werd ploegleider, want die was er niet. “Elke wedstrijd gingen wij mee. Aan de fietsen kwam ik niet. Dat moesten ze zelf in orde maken. Ketting om tandwielen leggen, fiets schoonmaken, zelf de tas inpakken. Iets niet voor elkaar? Eigen schuld. Schoen vergeten? Pech, los het op, je eigen verantwoordelijkheid.”
Dat kleinzoon Tim meerijdt in de Tour is mooi, vindt Harm. “Plakboeken heb ik niet hoor. In de kast staat een foto van Tim met zijn startnummer in de Vuelta. De andere kleinkinderen zijn ons net zo lief. We zijn bij de start geweest. Stonden we langs het parcours met de Genemuiden 750 jaar vlag met daarop Tims naam. Die had Tim wel gezien vertelde hij later.”
Naar de slotetappe gaan Harm en Femmie niet. “Dat is ons veel te druk. Door die mensenmenigte kun je niet doorheen komen een mensen. Nee, de slotrit kijken wij wel op de televisie. Dan kun je het veel beter zien. Wij hopen natuurlijk dat Tim erbij is. Als hij daar finisht, is de Tour geslaagd.”
En dat zag er tot de rustdag van maandag goed uit. Naberman kwam elke dag ruim op tijd binnen en kon veel werk voor zijn ploeg verrichten.
















