Afbeelding
Foto: Enrico Kolk

Inburgeren (deel 3): Tapijt en bovenstem

Algemeen

GENEMUIDEN - Twee journalisten, twee woonplaatsen, een gemeente. Robert Jansma en ondergetekende gaan stuivertje wisselen. De collega van Genemuiden - en Zwartsluis Actueel verwisselt zijn woonplaats Zwartsluis voor Genemuiden en ik doe dat omgekeerd. Tijd om elkaar in te burgeren in de nieuwe woonplaats. Vandaag deel 3: Tapijt en bovenstem in Genemuiden.

Wie Genemuiden zegt, zegt tapijt. Genemuiden staat bekend als tapijtmuseum en voor een Genemuider inburgeringscursus kun je dan ook niet om het tapijt heen. Dus besluit ik Robert mee te nemen naar het Tapijtmuseum, waar ik nagenoeg mijn hele leven vlak achter woonde. En daar valt genoeg te leren voor de collega-journalist.

We krijgen een korte inleiding door Reinier van de Pol, met een stukje geschiedenis over Genemuiden en tapijt. Hij doet het (voor mij bekende) verhaal van de biezen (buuz’n) uit de doeken. De Genemuider industrie moest zich in de loop der tijd aanpassen aan veranderende omstandigheden. Immers, eerder lag Genemuiden aan de Zuiderzee en groeiden er volop biezen. Later groeiden die steeds minder.

In het Tapijtmuseum is die ontwikkeling goed te zien en het wordt dan ook tijd voor het echte werk. We zien voormalig bakker Verhoek druk in de weer met de pennenmatten. Die worden in het Tapijtmuseum nog steeds gemaakt, dus reden genoeg om Robert dat ook te leren. En dat gaat hem goed af, de mat wordt steeds groter.

Totdat de stamper erbij komt natuurlijk. Dan wordt de mat in elkaar gedrukt en daarmee ook kleiner. En als de mat dan klaar is, is ‘ie 70 centimeter, vertelt Klaas de Lange. In de pers wordt de mat dan nog weer kleiner: “Dan maken we er 50 centimeter van.”

We sluiten het museumbezoek af bij de machines, beneden. Die lijken al behoorlijk op de machines die vandaag de dag in de tapijtfabrieken staan. Ik kom daar ook niet uit onder de vraag van Robert: “Heb jij ook in de tapijt gezeten?” Op die vraag kan ik, net als menig Gaellemuniger, een bevestigend antwoord geven. Ook voor mij zijn de tapijtfabrieken bekend terrein.

Naast het tapijt staat Genemuiden ook bekend om de bovenstem. Dat kan uiteraard niet missen in een inburgeringscursus. Immers, het maakt deel uit van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed. En dus zetten we de cursus voort in de Hervormde kerk.

Daar klinkt zondags, net als in verschillende andere kerken in Genemuiden, regelmatig de bovenstem. Hoe die traditie ontstaan is, weet ik dan weer niet helemaal. Dat kan ik Robert dan ook niet vertellen.

Wel zing ik zelf al jaren bovenstem, ik ben ermee opgegroeid. Dat geldt voor veel mensen in Genemuiden, overigens. In het kort leg ik Robert uit hoe de bovenstem werkt. Je zingt dan twee (en soms drie) noten boven de normale melodielijn van een psalm.

Dat kan niet bij alle psalmen, omdat sommige melodieën niet geschikt zijn voor het zingen van de bovenstem. Ook belangrijk: de bovenstem is geen op zichzelf staande melodie, dus je hebt de normale melodie ook altijd nodig om de bovenstem goed te laten klinken.

Een stukje voordoen met de stem is dan ook niet mogelijk. Maar daar is wel een oplossing voor; want in de kerk staat een orgel. Daarop laat ik Robert horen hoe de bovenstem en de melodie als het ware samenvloeien. Het orgel blijft mij met Genemuiden verbinden, want ook na mijn (aanstaande) verhuizing blijf ik organist in de tapijtstad.

Inmiddels ben ik ook organist in Zwartsluis en laat het moment dat ik daar ga wonen niet lang meer op zich wachten. En dus gaan we de inburgering ook daar voortzetten...

Enrico Kolk

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie